Vlaams Theater Instituut Steunpunt voor de podiumkunsten

Kluwen zonder rafels

Ingediend door inesminten op Ma, 2009-09-14 09:41.

Wayn Wash III: Maria-Magdalena, Wayn Traub (Toneelhuis)


Als theatermaker Wayn Traub een voorstelling belooft die een ‘synthese' heet te zijn van zijn ‘fascinaties voor het oosten en het ritueel, de kitsch en het katholicisme, het mysterie en de erotiek, het archetypische en psychoanalyse', dan weet je dat je in elk geval kwantitatief waar zult krijgen voor je geld. Als je dan leest dat al die fascinaties, geplukt uit het allesbehalve doorsnee hoofd van Traub, ook nog eens worden ‘doorweven met een muzikale score en een beeldentaal die schatplichtig is aan de popmuziek, MTV, de commerciële film, Amerikaanse feuilletons en internet', ben je voldoende gewaarschuwd dat je een tjokvolle voorstelling voorgeschoteld zult krijgen, die door de vele bomen het zicht op het bos dreigt te belemmeren. Het is dan wenselijk om zelf hier en daar een boom uit te kiezen waar je al dan niet als sjamaan rond kunt dansen.

De fascinatie die als belangrijkste uitgangspunt dient voor dit derde deel van Traubs Wayn Wash-trilogie (na Maria-Dolores en Jean-Baptiste) is die voor de figuren Maria-Magdalena en Salomé, die het hoofd van Johannes De Doper eiste in ruil voor haar dans. In de bijbel gaat het om twee verschillende vrouwen, die echter in de mythes rond hun persoon allebei een aura van verleidelijk en zelfs fataal hebben gekregen. In Traubs verbeelding zijn ze dan ook samengesmolten tot één personage. Ze komt in de voorstelling in diverse gedaanten aan bod: als een houten beeld dat een monnik tot castratie drijft, als een Aziatische schone in wapperende kimono, die als ze zich omdraait een non blijkt te zijn, als de verleidelijke vrouw die tot de verbeelding van elke man spreekt. Het personage breit de voorstelling aan elkaar, maar maakt er daarom nog geen bevattelijk geheel van. De voorstelling is een multimediaal kluwen dat de aandacht vastzuigt maar waarin het publiek iets te veel verstrikt raak om de plotlijn constant in het oog te kunnen houden. Vraag is natuurlijk: is dat nodig?

 

Sjamaan

Het decor is groots, theatraal, indrukwekkend en esthetisch. Op een rond, draaibaar offeraltaar staan allerhande objecten op afzonderlijke voetstukken uitgestald. Erachter een groot scherm waarop constant flitsende dan wel vertragende projecties te zien zullen zijn. Met groot vertoon schuift Traub het podium op. Hij speelt het uitgesplitste personage Ioqanan, een sjamaan (zijn naam is Hebreeuws voor Johannes De Doper). De glitter en de glamour druipen van zijn pose. Zijn we in een megalomane popshow terechtgekomen? Ioqanan heeft een blauwig gezicht met zwarte strepen, oranje haar en klauwen. Het personage bestaat uit twee alter ego's. Eerst en vooral is er ‘de oude demon Diavolo'. Die doet ons heel erg denken aan het personage MacPhisto dat Bono opvoerde in de Zoo TV Tour. Speelt Traub de tweede afsplitsing van Ioqanan, Drunken Raven, dan zet hij een opzichtige zonnebril op zijn kop en veranderen stem en motoriek. Deze ‘master of ceremony' lijkt vaag op een kruising tussen Bono's tweede Zoo-persona The Fly en Johnny Depp als Willy Wonka (zowaar). Het dubbele typetje heeft enkele sterke en vooral ook een aantal zwakkere kanten. De zangpartijen op bezwerende muziek van de Noorse technomuzikant Jaan Hellkvist zijn mooi en indringend. Het zijn vooral die die lang nadien een positieve herinnering aan de voorstelling achterlaten. Soms laten ze de rillingen willens nillens over je rug lopen. Het is ongetwijfeld een troef voor Maria-Magdalena dat net de sterke delen ervan zo sterk blijven hangen, want tijdens het kijken zelf vonden we minstens evenveel minder overtuigende en zelfs ergerlijke aspecten terug.

Neem nu de gesproken tekst van Ioqanan. Die deed het ons inziens heel wat minder, hoewel hij enkele van de meest cruciale scharnierpunten van de voorstelling vormt. Het meest originele uitgangspunt van het stuk is immers de dialoog tussen het personage, live on stage, en de filmmontages zich achter hem afrollen. Het is een bijzonder boeiend gegeven waarvan Traub het niveau echter niet constant weet te houden. Bijvoorbeeld. In een heerlijk vermakelijke, geënsceneerde videoconversatie hengelt zanger Gabriel Rios met een verhit betoog over de functies van de twee hersenhelften, naar een rol in Traubs film, waarop het personage Ioqanan-Traub gortdroog: ‘But Gaby, you are already in my film!' Op zulke dubbelzinnige momenten, waarin gefictionaliseerde werkelijkheid en gemythologiseerde fictie in elkaar verstrengeld raken, en waarop de dialoog tussen theater en film dan ook nog eens op bijna natuurlijke wijze de zaal in rolt, is de voorstelling op haar best en klinkt de zelfbenoemde titel cinema-opera terecht en geloofwaardig. In andere scènes lijkt de sjamaan te veel te dienen als glijmiddel voor de aparte montages.

 

Kunstpausen

Die ‘filmpjes', om het even met een oneerbiedige term te zeggen, verdienen overigens wat extra aandacht. De montages lijden een beetje aan het syndroom van trop is te veel. Ze introduceren almaar nieuwe variaties op het soms zo al vage thema, waardoor je soms niet goed snapt waarom ze er zo nodig bij gesleept moesten worden. Negeer je je vraag naar duidelijkheid en coherentie een tikje, dan kun je wél genieten van de opeenvolging ervan. De montages zitten stuk voor stuk goed in elkaar en ze intrigeren als afzonderlijke entiteiten. Voor sommige van de montages haalt Traub overduidelijk de mosterd bij de Zweedse filmmaker Johan Söderberg, die hij in de credits dan ook terecht als één van zijn meesters vernoemt. Vooral diens gevoel voor ritme en zwier heeft Traub zich prima eigen gemaakt.
Een immobiliënverkoopster prijst met uitvergrote, maar toch zeer herkenbare verkooppraatjes een heuse abdij en haar commerciële mogelijkheden aan: een monnik sneed op deze gronden ooit een houten beeld van Maria-Magdalena, werd verliefd en verlustigd op zijn creatie en castreerde zichzelf als boetedoening. De andere monniken staken daarop het beeld in brand. Al wat ervan rest, zo wil de legende, is één voet. ‘Die zou hier dus overal kunnen zijn. En dat krijg je er allemaal bij, hier.' Zulke duidelijke kritiek op de consumptiemaatschappij is nieuw in het werk van Wayn Traub en sluit ook weer aan bij het voorbeeld van Söderberg.
Bijzonder te genieten is voorts het filmfragment waarin Traub onder meer Guy Cassiers, Johan Simons en Luc Tuymans heeft weten te strikken om te figureren als kardinalen met uitgestreken gezichten. Een statement over de hedendaagse ‘kunstpausen'.
Ook het verhaal van een soldaat-dichter blijft bij, vooral door de manier waarop het in beeld is gebracht: zijn gezicht in continue, gefixeerde close-up, waardoor je de kleinste verandering in zijn gelaatsuitdrukking, en dus in zijn emotionele beleving, perfect kunt zien.

Tot welk groot ritueel verhaal moet heel dit esthetisch en technologisch kluwen leiden? De boodschap die je eruit kunt filteren, is een groot ongenoegen met hoe de dingen vandaag de dag gaan: er is te veel gerommel in deze wereld. En de duistere figuur Ioqanan roept oermoeder Maria-Magdalena aan om die rommel schoon te vegen. Deze niet al te opbeurende conclusie probeert de associatieve verhaallijn tot een sluitend einde te brengen.

Nu kun je tot de eeuwigheid blijven palaveren over de irritante trekjes van de voorstelling - het megalomane, het overvolle, de opeenvolging van associatieve fragmenten die je de draad meer dan eens doet kwijtspelen - één ding moet je Maria-Magdalena wel meegeven: esthetisch gezien is deze cinema-opera af. Hij is het sluitstuk van een tien jaar durende esthetisch-ritualistische zoektocht naar een eigen multimediale theatertaal. Hoe onontwarbaar het kluwen soms ook lijkt, er hangt op esthetisch vlak geen rafeltje aan los. Maria-Magdalena is tot het uiterste gestroomlijnd. Het dramaturgische uitgangspunt van de voorstelling heeft daar veel mee te maken. Wayn Traub is met de repetities en de opnames begonnen vanuit de muziekscore van Hellkvist. De acteurs in de films spelen allemaal met een verborgen oortje waarop ze de muziek kunnen horen die Traub later bij hun fragment zal gebruiken. Daardoor zit het ritme op elk moment precies goed, wat een prima basis vormt om in minieme steekjes voort te borduren tot het laatste draadje zit waar het hoort. Die graad van perfectie in de afwerking maakt veel goed. De irritatie slijt in de herinnering en wat overblijft - de schitterende zanglijnen en muziek, het uitstekende ritme, een aantal van de filmfragmenten - is meer dan genoeg om terug te kijken op een voorstelling die het onthouden waard is. Met Maria-Magdalena sluit Wayn Traub niet alleen zijn Wayn-Wash-trilogie af, hij eindigt er ook zijn Toneelhuis-hoofdstuk mee. Binnenkort begint hij met zijn eigen gezelschap Service to Others in Hasselt. We zullen hem geboeid blijven volgen.

Ines Minten

Gezien op 2 april 2009, Toneelhuis, Antwerpen

Ines Minten


Lees hier meer over deze productie.

(classificatie: | | )

Nieuw commentaar posten

De inhoud van dit veld is privé en zal niet publiekelijk getoond worden.
  • Lijnen en paragrafen worden automatisch opgesplitst.
  • Images can be added to this post.
Meer informatie over formaatmogelijkheden